Chrysler 300C 3.0 CRD
Size and appearance
Toen de Chrysler 300C in 2005 in Europa op de markt kwam, deed zijn imposante verschijning flink wat stof opwaaien. Wat een stoere auto, wat een uitstraling. Het door een grote grille gesierde front deed denken aan een Bentley of Rolls, evenals het relatief korte inzittenden gedeelte met lang gestrekte motorkap en achterklep. De 300C dwingt respect af door zijn size en appearance. Voor deze auto ga je direct aan de kant en met de eigenaar wil je geen ruzie krijgen. In Hollywood werd de ietwat intimiderende uitstraling van de auto dan ook al snel compleet uitgebuit. Of benut, het is maar net hoe je het bekijkt. De Chrysler speelde in menig actiefilm de hoofdrol als vervoermiddel van bad guys, met lijken en buitgemaakte roofwaar in de kofferbak. Leuke bijkomstigheid is dat je met een Amerikaanse Hemi V8 en het achterwielaangedreven Mercedes onderstel ook een aardig potje kunt driften. Alle ingrediënten waren aanwezig voor een prominente hoofdrol in menig kaskraker in de bioscoop. Eens zien of deze auto zich ook in de dagelijkse rijpraktijk kan bewijzen.
Filmster
Eigenlijk heeft de 300C geen bewijsdrang of pretenties, de auto heeft zich al bewezen. Het is inmiddels zo’n veelvoorkomende verschijning op de Nederlandse wegen, je ziet hem zelfs met enige regelmaat als taxi. Of dit succes te maken heeft met de relatief gunstige prijsstelling, of een koperspubliek met lef? We vragen het ons af. Hij steekt in elk geval uit boven het maaiveld. Hoewel, niet letterlijk. Het dak lijkt net gechopped, alsof de raampartij een stuk hoger had moeten zijn. En profil bestaat alles onder de raamlijn uit een massief rechthoekig blok, onderbroken door twee met 18 inch wielen gevulde wielkasten. Een gunstige stroomlijn is geen eigenschap die je bij deze Chrysler kunt verwachten, op basis van zijn rechtopstaande neus en voorruit. Het ziet er misschien imposant uit, op hogere snelheden levert het meer windgeruis op en vooraan bij het stoplicht staan is een crime. Je moet ver voorover leunen om het stoplicht boven je te kunnen zien branden.
Onze testauto was voorzien van een redelijk beschaafde blauwgrijze lakkleur, die in combinatie met het vele chroomwerk van de grille, raamlijnen, handgrepen en spiegels onze 300C tot een nog best chique wagen maken. Ook de lichtmetalen 18 inch velgen zijn nog bescheiden van formaat, in vergelijking met de 20 inch verchroomde aftermarket exemplaren die je in films en videoclips tegenkomt onder deze auto. Alleen het felle lichtblauwe xenon en de stompe neus manen je voorligger een baan naar rechts te gaan, maar de auto als totaalplaatje komt nog tamelijk netjes en geciviliseerd over. Met een zwarte of witte lakkleur en opvallendere wielen zou je ongetwijfeld meer de aandacht trekken en de uitstraling van de auto benadrukken. Maar niet iedereen wil voor rapper of casino-eigenaar worden aangezien, natuurlijk.
MacDonald’s compatible
Treden we binnen in de wereld die Chrysler 300C heet, dan treffen we een oase van zwart leder, houtinleg en chromen randjes aan. De aluminium delen op het dashboard en stuur detoneren helaas met het welhaast chique geheel. Het dashboard is hoekig van opzet en redelijk simpel vormgegeven. Hoewel het dashboard en de bovenste delen van de deuren van zacht aanvoelende kunststof zijn opgetrokken, treffen we ook nog voldoende hard plastic aan. Het materiaalgebruik haalt het dan ook niet bij de concurrentie, sommige delen doen goedkoop aan. Het harde plastic van de deurpanelen bijvoorbeeld, en het nep aanvoelende leer van de armleuningen. Toch steekt het allemaal wel degelijk in elkaar en ook de knopjes voelen niet aan alsof ze ieder moment af zouden breken. De lichtgroene verlichting van het dashboard, de portiervakken en de chroomomrande tellers en klokje doen wel weer erg chique aan en zijn prettig aan je ogen. Dat geldt ook voor het fraaie klokje en de tellers.
De zetels voorin zijn fors van formaat en je zit er, door de bolle zitting, helaas meer op dan in. Hoewel ze lekker zacht zijn, schieten ze te kort qua zijdelingse steun. De zittingen zijn wel lekker lang en ook de wat bredere medemens zal niet gauw ingeklemd zitten. Achterin is het misschien wel beter vertoeven. Er is beenruimte in overvloed en zelfs al zouden je knieën de achterkant van de voorstoelen raken, dan blijkt dat die ook nog een stuk ingedrukt kunnen worden. Verder biedt de sofa een ruime zitplek voor drie personen, met zelfs stoelverwarming links en rechts. Kleine misser zijn de drie vaste hoofdsteunen, die het zicht naar achteren belemmeren.
Toch zijn er een aantal zaken in het interieur die het aangenaam maken met de Chrysler op reis te gaan. Alles is elektrisch verstelbaar, niet alleen de stoelen maar zelfs de stand van de pedalen en het stuurwiel. Ander handig detail zijn de buitenspiegels, die gaan automatisch iets naar onderen wanneer je de automaat in de ‘R’ zet. Handig om stoeprandschade aan je wielen mee te voorkomen. Verder is er het Boston Premium audio systeem dat gekoppeld is aan een touchscreen met 20GB aan opslagruimte voor je MP3-collectie en kaarten van Europa. Het geluid wat uit de luidsprekers komt is een genot om naar te luisteren, ook als de volumeknop flink opengedraaid wordt. Tenslotte is er een hoop bergruimte, alsof de MacDonald’s zich persoonlijk heeft bemoeid met het ontwerp van alle vakjes en bekerhouders. Een frietbakje past precies in de uitsparing van de handgrepen, de bekerhouders kunnen plaats bieden aan een large coke en we vonden zelfs een vakje in de deuren waar een sausbakje precies in paste! Toeval? Zegt u het maar.
In het interieur van de 300C overheerst een omsloten gevoel, ondanks dat de lichte hemelbekleding en het optionele schuifdak zorgen dat het niet benauwend wordt. Door de hooggeplaatste platte ramen dringt er weinig van de buitenwereld door. Het geeft een onaantastbaar, bijna onschendbaar gevoel, alsof je in een soort van pantserwagen rijdt. De 300C is misschien wel een beetje de sedanuitvoering van de Hummer. Waarmee je, als de wereld om je heen vergaat, een onneembare rijdende vesting hebt om mee te vluchten.
Slapende grizzlybeer
Tijd om in te stappen in de get-away-car. Eenmaal plaatsgenomen valt je direct het enorme deels leder en houten stuurwiel op dat zo groot is, dat het wel het roer van een zeiljacht had kunnen zijn. Als we, na een momentje voorgloeien, de auto starten, komt de 3.0 CRD gorchelend tot leven. De liefhebber van een echt zescilinder dieselgeluid komt volledig aan zijn trekken met de oude 320CDi motor van Mercedes. Deze oude lobbes laat zich nog het beste vergelijken met een snurkende grizzlybeer, die liever niet uit zijn slaap gewekt wordt en om die reden extreem laag in de toeren blijft rijden. Niet zelden schakelt de automaat zo vroeg op dat de motor bij rustig versnellen vanaf 1100tpm optrekt. Met meer dan 500Nm koppel kan deze motor dat dan ook makkelijk aan. Het geeft een rustgevend gevoel, doordat de bak minder vaak hoeft terug te schakelen. Voor hedendaagse maatstaven telt een vijftrapsautomaat sowieso een versnelling te weinig, maar het stoort niet. De 300C nodigt van zichzelf al meer uit tot rustig cruisen, in plaats van hard jagen.
Maar O wee, als je de beer wekt en het gaspedaal vloert. Dan voelt het net alsof hij even een aanloopje neemt om vervolgens een sprong te maken. In één lange haal trekt de motor door tot ongeveer 3800tpm door en dan voelt de logge 300C nog best rap aan. We klokten hem van 0-100 in 7,7 sec, waarmee de fabrieksopgave dus zeker haalbaar blijkt te zijn. Ook de tussenacceleraties zijn niet slecht, al heeft de automaat wel even bedenktijd nodig. Helaas staat dat ook een snelle start vanuit stilstand in de weg. Het geluid van de zescilindermotor is imposant te noemen, voor een diesel is het bijna mooi. Wanneer je hem doortrekt, dan brult hij het uit, al blijft het volume beschaafd. Eenmaal op constante snelheid hoor je de motor eigenlijk niet meer, wat het geluidscomfort ten goede komt. Bij 120km/uur in de hoogste (vijfde) versnelling draait hij een bescheiden 2100tpm en eer die 3000tpm maakt rijdt je al rijbewijsgevaarlijke snelheden. De automaat schakelt verder vloeiend op en terug, al voel je bij vol accelereren wel even een lastwisseling in de neus. Met name bij lage snelheid voel je het zware blok nogal eens kantelen, als je het gas loslaat. Dit had wel iets verfijnder gemogen. Laat overigens het zelf schakelen maar uit je hoofd, want dat is voor extra snelheid eigenlijk zinloos. De automaat reageert traag op de commando’s en grijpt zelf in als je niet tijdig op- of terugschakelt. Verder doortrekken dan die uit zichzelf zou doen is ook niet mogelijk. Lekker laten gaan dus...
Eens kijken of deze Amerikaan ook nog enigszins de bocht om wil. Onze verwachtingen hierover waren niet erg hooggespannen, maar het valt je alleszins mee hoe on-Amerikaans de 300C eigenlijk rijdt. De afstelling van de Europese variant zal dan ook ongetwijfeld anders zijn dan aan de andere kant van de oceaan. Het onderstel is weliswaar erg soepel gedempt, de vering hebben we als bijna te stug ervaren. De 300C laat met zijn gewicht goed weten wat overhellen is, maar gaat desondanks nog redelijk strak een bocht door. De weerstand in het sturen is lekker zwaar, en eenmaal ingestuurd ook nog redelijk communicatief. Alleen rond de middenstand is het wat vaag en indirect, maar voor het comfort moet dat misschien ook wel. Een nadeel van de stugge vering is dat korte hobbels en oneffenheden nogal goed doorkomen, dankzij de lange wielbasis ondervindt je op drempels verder geen hinder. Al met al merk je wel dat je met een zware bak op pad bent. Ook het zware gevoel in het rempedaal versterkt dat idee, je moet nog aardig doortrappen om vlot af te remmen. De 300C mag dan beter rijden dan verwacht, het is zeker geen lichtvoetige of sportieve auto. Dat blijkt ook uit het gemiddeld verbruik. Reken op 1 op 11 à 12 (8 tot 9 liter per 100km), bij overwegend meer snelweggebruik, gesteld dat je de snelheidslimieten respecteert.
Mist verfijning
Zoals alles wat ooit nieuw en revolutionair was, begint ook de stoere Chrysler 300C inmiddels te wennen. In de geciviliseerde uitvoering waarin wij hem reden is het best een nette auto, die ook zakelijk representatief kan zijn. Maar nog belangrijker, hij is ook zakelijk te verantwoorden. De aanschafprijs van de 3.0 CRD ligt namelijk wel een stuk lager dan die van vergelijkbaar gemotoriseerde en uitgeruste concurrenten. Maar wie een 300C koopt, levert wel in op een stukje verfijning, alsmede de kwaliteitsbeleving in het interieur. Daar staat wel tegenover dat hij de ruimste in zijn klasse is en ook nog eens een praktisch interieur heeft om de McDrive mee door te gaan. Ook de rijeigenschappen zijn beter dan je op basis van zijn lompe voorkomen zou verwachten. Stiekem is de 300C daarom nog best een hele prettige reiswagen die van alle gemakken voorzien is. Juist bij dagelijkse gebruik, met meerdere passagiers aan boord, weet de 300C met zijn gebruiksgemak, comfort, ruimte en luxe te overtuigen. Terwijl zijn Duitse concurrenten meestal alleen de bestuurder weten te overtuigen.
Auteur: David Joost Kamermans
Fotografie: Lukas van der Wal
Deze test is mede mogelijk gemaakt door:
Chrysler Nederland
http://www.chrysler.nl
Utrecht
Motor en techniek:
2987 cc, 6-cilinder, in V-vorm
160 kW (218 pk) bij 3800tpm
510 Nm bij 1600tpm
Diesel
Achterwielen
5 v, automaat
Maten en gewichten:
1810 kg
504 l
Prestaties:
230 km/u
7,6 s
Verbruik:
11,1 l / 100 km
6,7 l / 100 km
8,1 l / 100 km
215 g/km
Prijzen:
€ 52.600
€ 56.200













