Infiniti FX50S
Een kudde wilde dieren
Ze hadden het bijna niet slechter kunnen treffen, de mensen van Infiniti Nederland. Kom je als dappere organisatie met een – voor Nederland – nieuw merk op de markt, zitten we net midden in een economische crisis. Economische crisis? Veel mensen kunnen deze woorden niet meer horen, je wordt er werkelijk overal mee doodgegooid. Dat kunnen we gelukkig niet zeggen van Infiniti, een merk dat nog erg exclusief is op de drukke Nederlandse wegen. Het luxemerk van Nissan begeeft zich sinds vorig jaar op de Hollandse bodem, maar moet hier in dit kleine land nog veel zieltjes zien te winnen. En dan hebben ze niet echt de makkelijkste tijd met zich mee, want ook de mensen die in het exclusievere segment shoppen, houden de hand op de knip. Toch moet het merk verder gaan, en proberen zoveel mogelijk harten te zien veroveren. Aan de prachtige Infiniti Centers zal het in elk geval niet liggen. Degene die wel eens in een lounge bar komt, zal zich er direct thuis voelen. Er heerst een ontspannen rust. Maar we moeten ons bedenken, dat we eigenlijk tussen een kudde wilde dieren zitten. Het is als een dierentuin, waar de in het wild meest gevaarlijke dieren rustig in hun kooi aan het slapen zijn. Want hoe relaxed de sfeer er ook mag zijn, de ware aard van een Infiniti willen we toch wel graag leren kennen. Het is tijd om een oranje FX50 te gaan temmen.
Bliksem in de duisternis
Als we uit het inspiratievolle pand stappen, komen we op het parkeerdek terecht waar een FX50S op ons staat te wachten. Omdat het model nog niet opvallend genoeg is, hebben ze er voor gekozen om hem in een fel oranje lakkleur te bestellen. En ja hoor, we zijn de straat van het Infiniti Center nog niet uit, of we zien verschillende mensen al achteromgedraaid in de auto zitten om te kijken wat voor auto er nou precies passeert. De gespierde FX kijkt agressief uit zijn bliksemschicht koplampen, die als bliksem in de duisternis kunnen opdoemen in het donker. De grote grille, die in matchroom is gespoten, doet een beetje denken aan de bek van een walvis. Eén die alles wat zijn pad kruist, niet aan de kant drukt, maar gewoon naar binnen slikt.
De achterkant is een stuk anoniemer. We zien twee dikke stortkokers onder de bumper uit steken, dan hebben we het meest spannende ook meteen genoemd. De achterlichten zijn vrij klein in verhouding tot de grote koets. De ronde welvingen, die eigenlijk op ieder plaatwerk deel terug komen, vinden we in kleiner formaat op de achterklep. Die is lang niet zo sprekend als de motorkap, die door twee grote welvingen van voor tot achter gesierd wordt. De grote uitgeklopte schermen passen goed in dit geheel. Wel vinden we de chromen handgrepen, dakrails en luchtroosters kitscherig ogen in combinatie met de oranje lak.
Wie goed kijkt, ziet dat de Nissan Murano als basis voor de FX is gebruikt. Ondanks dat vooral de neus totaal anders oogt, hebben deze SUV’s wel wat van elkaar weg. Ze zijn beide laag en breed, en hebben een opvallend aflopende daklijn. Ondanks de overeenkomsten, stralen ze beide toch heel wat anders uit. De Infiniti is duidelijk meer op sportiviteit gericht. De daklijn loopt nog schuiner af, de motorkap is langer en de gigantische 21 inch lichtmetalen velgen vullen de wielkasten volledig. Ondanks dat de FX vierwiel aangedreven is, lijkt het ons toch niet verstandig om met deze wielen en banden het terrein in te gaan. Buiten dat de bodemspeling niet voldoende is, is het risico het koetswerk te beschadigen te groot.
Nachtelijke sfeer
Hoe kleurrijk de FX er aan de buitenkant ook uit mag zien, het interieur is behoorlijk sober. Zwart lederen zetels, een volledig zwart dashboard en een meegekleurde dakhemel maken het geheel wel erg donker. De mooi in ruitjespatroon gestikte stoelen zien er wel uitnodigend uit, en als we plaats nemen merken we al snel dat ze veel zijdelingse steun bieden. De uitgebreide verstelmogelijkheden zorgen er voor dat iedereen wel een prettige zitpositie kan vinden. De achterbank is een stuk minder goed gevormd, en lijkt wel erg vlak. De rugleuning van de bank is te verstellen, maar kan eigenlijk net niet in een hele prettige stand worden gezet.
Het grote koetswerk mag dan wel een gigantische binnenruimte doen verwachten, in werkelijkheid valt dat toch een beetje tegen. Door de lange motorkap is het passagierscompartiment een stuk compacter dan de buitenkant doet vermoeden. De sterk aflopende daklijn draagt ook niet bij aan een ruimtelijk gevoel, want de langere achterpassagiers komen al snel met het plafond in aanraking. Nu is onze testauto dan wel uitgerust met een schuifdak, dat nog eens bijdraagt aan een lagere hemel. Toch zorgt het glazen dak voor nog enige lichtinval. De ruiten na de B-stijl zijn sterk getint, waardoor er bijna geen licht doorheen kan schijnen. Leuk voor de achterpassagiers, want die kunnen wel naar buiten kijken, maar omstanders niet naar binnen. Zo zijn niet alleen de auto, maar ook de inzittenden niet te herkennen door omstanders.
Door een vrij hoog geplaatst dashboard, en een laag in te stellen zitpositie, krijg je al snel een erg omsloten en veilig gevoel achter het stuur van de oranje FX. De hoge middenconsole is rijkelijk gevuld met knopjes. Ik vraag mij bij het zien van die knopjes alleen af waar ik ze van herken, want ze komen mij erg bekend voor. En toch rijd ik niet dagelijks in een Infiniti. Als het navigatiesysteem aan gaat, valt het kwartje. Natuurlijk, deze layout wordt ook voor verschillende Renaults gebruikt. Het navigatiesysteem zelf kennen we ook uit diverse Renaults. En of dit nou een nadeel is? Ik zie het als een voordeel, want over het algemeen zijn de Fransen heel wat verder in het ontwikkelen van mooie systemen dan de Japanners. Het systeem oogt modern, alleen de bediening is wel wat achterhaalt. De knopjes onder het scherm werken duidelijk, maar je moet je hand ver uitrijken om de knopjes te bedienen. Dan zien we toch echt liever een centrale knop in de buurt van de versnellingspook, zoals we onder andere uit BMW’s en natuurlijk Renaults kennen. Ondanks de diverse toetsen uit de schappen van Renault, treffen we links van het stuurwiel nog een aantal knoppen aan die anno 2009 echt niet meer kunnen. De stokoude knop voor de bediening van de spiegels hebben we inmiddels wel gezien, en ziet er verre van verfijnd uit. De grote zwarte vierkante knop is erg groot. Dit geldt ook voor de knoppen voor de instelling van de demping en de sportstand. Gelukkig zien de gebruikte materialen er netjes uit en voelen prettig aan.
Net als de ruimte voor de passagiers, is ook de kofferruimte beperkt. Slechts 410 liter, dat is een derde minder dan bijvoorbeeld die van een BMW X5. We kunnen er dan ook maar net een golfset in kwijt, die overigens door de beperkte breedte schuin moet liggen. Het aparte en gestroomlijnde design heeft dus wel zijn prijs…
Het beest is los
Je wordt op een ongelofelijk mooie brul getrakteerd, als je op de startknop van de FX drukt. Zonder er maar een meter mee te hebben gereden, ontstaat er al een grote glimlach op mijn gezicht. Gecontroleerd moet ik het parkeerdek bij het Infiniti Center afrijden, maar ondanks de nerveuze en gretige eerste indruk, verloopt dat best soepel en comfortabel. Bij normale bediening van het gaspedaal daagt de Japanse beul je helemaal niet uit tot hard rijden. Je gaat er zelfs redelijk ontspannen en anticiperend van rijden. Toch is dit niet waar deze auto voor bedoeld is. Na de eerste kilometers rustig aan te hebben gereden, wordt het dan toch echt tijd om te kijken wat deze oranje walvis met 390 pk daadwerkelijk in huis heeft…
In een razend tempo schiet de FX50 richting de 100 kilometer per uur, ondanks het geweld schakelt de zeventraps automaat zijdezacht door zijn verzetten heen. Naar keuze kan er ook met schakelflippers of handmatig met de pook geschakeld worden, om het sportieve gevoel van de FX extra goed te benadrukken. Later blijkt uit metingen dat er ongeveer 5,5 tel voor nodig is, vanuit stilstand. Bizar! Dit doen alleen nog brutere Duitse SUV’s met een veel hoger prijskaartje hem na. De brute V8 motor laat een diepe gorgel in het interieur doordringen, maar bij normaal accelereren is die grom lichtjes op de achtergrond aanwezig. Het beest is los, met flinke sprongen op de snelheidsmeter schiet de naald richting de 200 kilometer per uur. Pas bij 240 kilometer per uur begint er een krachtsafname, alsof de FX even snakt naar adem, en daarna zijn laatste puf uitblaast. De snelheidsmeter staat strak rechts onderin de schaalverdeling, de 260 kilometer per uur is bereikt. Het had nog iets harder gekund, want het verliep redelijk soepel. Toch is het niet verstandig met dergelijke SUV’s harder dan deze belachelijke snelheid te gaan rijden, want ondanks dat er dikke remmen onder geschroefd zitten, blijft het moeilijk meer dan 2 ton snel te laten stoppen.
Ondanks dat de remmen enige moeite met dit gewicht hebben, lijkt de besturing meer dan prima op dit vermogen te zijn afgestemd. Bijna messcherp kun je de FX in bochten plaatsen, het stuurgevoel op het moment van insturen is lekker zwaar en goed te doseren. Klaverblaadjes met een adviessnelheid van 70 kilometer per uur, worden ruimschoots met 120 kilometer per uur genomen, zonder dat de auto ook maar een krimp geeft. Doordat de wielen vrij ver op de hoeken zijn geplaatst, en de banden door de grote velgen vrij plat zijn, blijft de grip op het wegdek fenomenaal. Door de actieve dempers blijft het overhellen redelijk beperkt, met de sportknop ingedrukt blijft de FX net een tandje strakker in de bochten. Al gaat dat wel ten koste van het comfort, want dwars richels worden dan wel erg hard doorgegeven.
In het stadsverkeer is het wel oppassen geblazen met de bijna vijf meter lange FX. De koets is slecht te overzien, door de grote C-stijlen is het zicht naar achteren behoorlijk beperkt. De kleine achterruit is ook nog eens redelijk donker getint, waardoor het zicht nog beperkter wordt. Toch hebben ze daar in Japan er over nagedacht. Een intelligent camerasysteem toont op het scherm van de navigatie het zicht rondom de auto, in vier verschillende kadertjes. Je kunt vanuit een ‘bird view’ perspectief rond de gehele auto kijken, zodat de kans op schade beperkt wordt. De consumptie van brandstof blijkt in de stad wel een stuk hoger te liggen dan op de snelweg. Een gemiddelde van 1 op 5 geeft de boardcomputer dan aan, terwijl dat op de snelweg 1 op 10 is. Het gemiddelde verbruik kwam op een alleszins acceptabele 1 op 8.5 uit. Dat valt niet tegen, zeker gezien het gebruik in de testperiode en het gewicht van de auto.
Hate it, or love it
Niet alleen ik zelf, maar ook degene die in de testperiode meereden waren aangenaam verrast door de oranje beul uit Japan. Hoewel veel mensen er nog niet uit waren wat ze van het uiterlijk moesten vinden, waren ze overtuigd dat deze auto veel sensatie en plezier biedt. Wie niet op wil vallen, kan deze Infiniti FX50S maar beter links laten liggen. Het is een auto die je grijpt, of je helemaal koud laat. Hate it, or love it, om het hip te noemen. Je kunt nergens ongezien of ongehoord langsrijden. Gelukkig blijven er dan ook genoeg potentiële klanten over, die het aparte en exclusieve design wel kunnen waarderen. Misschien niet direct omdat ze het mooi vinden, maar wel om zich van de grijze massa te kunnen onderscheiden. Cayenne’s, ML’s en X5en vliegen je al genoeg om de oren, en zullen ook ongetwijfeld de marktleiders in dit snelle SUV segment blijven. De FX zal hooguit als mooi alternatief worden gezien, want wat rijeigenschappen of prestaties betreft doet hij absoluut niet onder voor zijn duurdere concurrenten. En dat laatste is nou net waar de FX punten mee scoort in deze financieel wat zwaardere tijd. Hij biedt hetzelfde, maar kost minder. En is dat niet hetgeen wat we op dit moment allemaal willen?
Auteur: Gregory Weller
Fotografie: Luuk van Kaathoven
Deze test is mede mogelijk gemaakt door:
Infiniti Nederland
http://www.infiniti-cars.nl
Amsterdam
Motor en techniek:
5026 cm3 - V8
287 kW (390 pk) bij 7000 tpm
500 Nm bij 4400 tpm
Benzine
Vierwielen
7 v, sequentiële automaat
Maten en gewichten:
2020 kg
410 l
Prestaties:
249 km/u
5,8 s
Verbruik:
18,8 l/100km
9,7 l/100km
13,0 l/100km
310 g/km
Prijzen:
€ 81.250
+/- € 110.000




Infiniti FX50S









